Belangrijk was de aanwezigheid van IOM op Schiphol

Eind 2007 kwamen Dereje H., redacteur van het blad Netsanet en Fasil Y., publicist van het weekblad Addis Zena als uitgenodigde vluchtelingen in Nederland aan. Daar verblijven ze voor ongeveer een half jaar in het asielzoekers-centrum (AZC) Amersfoort. Daarna krijgen ze een woning in een gemeente in Nederland.

Dereje en Fasil zijn beide journalist. Wrang toeval is dat ze elkaar ontmoetten tijdens hun gevangenschap in Ethiopië vanwege hun kritiek op de herverkiezing van Meles Zenawi, minister-president van Ethiopië in 2005. Hij stelde een demonstratieverbod in en veel oppositieleden en kritische journalisten werden opgepakt.
Fasil: "De overheid gaf de media de schuld van de protesten en vooral journalisten werden hard aangepakt. We werden gevangengezet in een heel kleine ruimte met 18 mensen, met één toilet waar je een keer in de 24 uur naar toe mocht." Na twee maanden werden de journalisten overgeplaatst naar een andere gevangenis.


"Daar verbleven we met ongeveer vierhonderd mensen in een ruimte. Inmiddels waren de beschuldigingen duidelijk, namelijk 'bedrog ten aanzien van de Ethiopische wetgeving' waarop levenslang of doodstraf stond."
Dankzij druk van de internationale media, Amnesty International en andere organisaties moest de overheid in 2007 de journalisten na een uitspraak van het Hof vrijlaten. Dat betekende niet dat ze zich vrij durfden te bewegen. Uit vrees voor hun leven vluchtten ze naar buurland Kenia.
In Nairobi zochten Dereje en Fasil contact met de UNHCR, die een verzoek tot toelating aan diverse Westerse ambassades in Naïrobi voorlegde. Toen ging het snel. De Nederlandse overheid antwoordde binnen korte tijd. Er volgde medische onderzoeken en een training culturele oriëntatie op Nederland in Nairobi. Binnen een half jaar na hun vlucht naar Kenia kwamen ze in december 2007 in Nederland aan.

Eindelijk veilig

Ze voelen zich veilig, dat is het allerbelangrijkste. Ze zijn ook IOM dankbaar voor de medewerking. "IOM regelde de reis, de visa en hebben ons geholpen bij de contacten met de Nederlandse ambassade en het ¬Keniaanse migratiekantoor. Heel belangrijk was de aanwezigheid van IOM op Schiphol. Het feit dat er mensen staan die je verwachten, betekent dat je welkom bent en je veilig voelt."

Ook over de opvang, zorg en begeleiding door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) in het asielzoekerscentrum zijn ze zeer te spreken. "Het is boven verwachting. De medewerkers en vrijwilligers zijn vriendelijk, de mensen in de supermarkt zijn behulpzaam en soms geven mensen ons zelfs kleding."
Waar Fasil aan toevoegt: "We hadden echt rekening gehouden met de doodstraf en nu zitten we in een van de meest ontwikkelde landen in de wereld. 'Halfway to heaven' noem ik het hier."

Tijdens het verblijf in het asielzoekerscentrum in Amersfoort volgen de vluchtelingen de eerste vijf weken oriëntatieprogramma's met veel voorlichting over Nederland. Daarna start het COA met de eerste inburgerings¬lessen en een taaltraining. In de gemeente die de vluchtelingen huisvest, worden deze cursussen voortgezet.

Werken aan democratie in eigen land

Op de vraag naar hun toekomst antwoordt Dereje: "Het eerste is nu de Nederlandse taal te leren. Want dat is belangrijk om te communiceren met de mensen hier, om contacten te krijgen en het land te leren kennen. Daarna wil ik de journalistiek verder professionaliseren en werk zoeken."
Yenealem hoopt werk te vinden en wil zich graag verder bekwamen op het gebied van computers.
Ze proberen te vergeten wat zich in de gevangenis heeft afgespeeld en concentreren zich op de toekomst van hun land. Dereje: "Wij hebben geluk gehad. Gelukkig hebben UNHCR en de Nederlandse overheid ons uit die situatie gehaald. Onze lotgenoten en politieke gevangenen zijn minder goed af. Dat vergeten we niet en daarom hopen we met de diaspora in Europa te gaan werken aan een toekomst waarin ons land een democratie kent. We hopen dat Europese journalisten ons er bij kunnen helpen en dat er een relatie kan worden opgebouwd tussen ons thuisland en Nederland." Fasil is ook optimistisch, maar houdt er rekening mee dat het langere tijd kan duren. "Hoewel negentig procent van de bevolking de overheid niet steunt, heeft deze nog steeds veel militaire macht. Het zal vijf tot tien jaar duren voordat er verandering plaatsvindt." Dat vrede en democratie er komen, daar gelooft hij zeker in. Bovendien kan een Europees migratiebeleid van belang kan zijn. "Migratie naar Europa kan minder worden als er steun komt voor de ontwikkeling en vrede in het herkomstland.