Direct naarhoofdmenu / zoekveld

Werken aan de wederopbouw van Afghanistan

Eén van de ruim vijftig Afghanen die vanuit Nederland tijdelijk is uitgezonden, is Wassay Rahim. De bouwkundig ingenieur ontvluchtte Afghanistan in 1997 met zijn vrouw en vier kinderen uit vrees voor de Taliban.

Wassay Rahim kwam naar Nederland. In zijn aanpak zijn twee sporen te onderscheiden: integreren en werken aan een toekomst in Nederland én betrokken blijven en bijdragen aan de wederopbouw van het geboorteland. IOM biedt ondersteuning aan migranten die tijdelijk uitgezonden willen worden om bij te dragen aan de ontwikkeling van hun herkomstland. Op het gebied van tijdelijke uitzending voert IOM momenteel projecten uit naar Afghanistan, Bosnië Herzegovina, Sierra Leone, Soedan en Georgië.

 

Na zijn loopbaan bij de Afghaanse overheid, kreeg Rahim in 1990 een functie bij de Verenigde Naties en leerde hij, zoals hij het zegt, dat hij zich breder kon inzetten. Toen de Taliban kwamen besloot hij dat van buiten Afghanistan te doen. "Onze toekomst ligt in Nederland en wij zijn de toekomst van Nederland", zeiden Rahim en zijn vrouw. Het leren van de taal was prioriteit nummer één. Twee kinderen studeren inmiddels aan de universiteit en de jongsten volgen het voortgezet onderwijs. Zijn vrouw vond werk als apothekerassistente en zelf kreeg hij een baan bij NACAP Benelux. "We zijn blij dat we het zo gedaan hebben. We hebben een goed en veilig leven hier en ik kan op deze manier bijdragen aan de wederopbouw van mijn geboorteland." Dankzij zijn contacten met de Afghaanse overheid en het stadsbestuur van Kabul, wordt Rahim regelmatig benaderd om mee te helpen. Zo gaf hij zes maanden een training aan ambtenaren van het Ministerie voor Herstel van het Platteland, zowel in de hoofdstad Kabul als in Herat. Ook nam hij in 2002 samen met journaliste Jamila Zaman Anwari deel aan een vergadering van Afghaanse stamoudsten, om een overgangsregering te kiezen die democratische verkiezingen moet voorbereiden. Ze gingen namens en op verzoek van de Afghaanse gemeenschap in Nederland, die zo'n 30.000 tot 35.000 mensen telt.

 

In Nederland spant Rahim zich in voor integratie. Hij woont in Alphen aan den Rijn en heeft goede contacten met zijn stadsbestuur. Hij was voorzitter van de Afghaanse vereniging aldaar. "Samen met andere migrantenorganisaties organiseren we regelmatig culturele avonden. De burgemeester is blij dat we meedenken over de samenlevingsvraagstukken in zijn stad en dat ik me namens de stad heb ingezet voor Afghanistan." Zijn expertise en inzet ten aanzien van Afghanistan zijn breed bekend. Samen met de burgemeester van Kabul sprak hij met de burgemeesters van Den Haag en Vlissingen. Ook werd hij uitgenodigd door de burgemeester van Parijs en op verzoek van de zoon van Koning Fahd reisde hij naar Saoedi-Arabië.

Inzet in Kabul

Van januari 2007 tot januari 2008 ging Rahim via IOM voor twee keer zes maanden als bouwkundig ingenieur naar Kabul met het oog op de wederopbouw. Hij werkte er tijdelijk als adviseur van de burgemeester en als directeur stedenbouw. De IOM-regeling met tijdelijke uitzending bood hem de kans om te gaan. "Ze zorgden voor een vliegticket en ik kreeg een financiële toelage. Zonder dat had ik niet kunnen gaan." Rahim wist dat er qua infrastructuur veel werk gedaan moest worden. "Ik nam mee wat ik in Nederland aan technologie en wegenaanleg heb gezien. Ik zag dat hier 's nachts werd gewerkt, een prima oplossing om het verkeer zo min mogelijk te hinderen. Die werkwijze heb ik voorgesteld voor de aanleg van een rondweg in de miljoenenstad Kabul. Onder mijn leiding zijn ruim honderd ingenieurs en bouwkundigen aan de slag gegaan. De overheid was verguld met deze oplossing. Vice-president Masood kwam regelmatig 's nachts kijken", vertelt hij trots. Ook bedacht hij een nieuw postcodesysteem, afgeleid van een districtensysteem dat hij in Europa had gezien en werkte hij mee aan het opzetten van sportactiviteiten voor jongeren. Volgens Rahim is er een groot tekort aan deskundigen in Afghanistan. "Het probleem is dat door de slechte situatie alle deskundigen wegblijven. De gevluchte Afghanen wonen inmiddels in circa zeventig landen. Maar hun expertise is hard nodig. Dagelijks zijn er problemen, ook gewoon op straat." Aan zijn 'collega's' in de Afghaanse Vereniging voor ingenieurs en technici, van wie zo'n 300 in Nederland wonen, vertelt hij regelmatig over de mogelijkheden van uitzending via IOM. "Het is belangrijk dat je via zo'n goede organisatie gaat. IOM in Nederland toetst of mensen over de benodigde kwaliteiten beschikken én biedt tegelijkertijd zicht op de vraag in Kabul."

 

Rahim is blij met de bemiddeling voor uitzending van IOM in Nederland. Met IOM in Kabul kon hij huisvesting regelen en nadere afspraken maken. De werkwijze spreekt hem aan. Of hij ooit definitief terugkeert, weet hij nog niet. "Het is niet stabiel in Afghanistan. Bovendien zijn mijn gezin en familieleden hier. Voorlopig wil ik mijn kennis en ervaring inzetten door daar tijdelijk te werken. Ik zeg altijd dat ik namens de Nederlanders daar ben, want dankzij de Nederlandse faciliteiten kan ik dit doen." Hij voelt zich verwant met
de Nederlandse soldaten in Uruzgan. "Uruzgan is op het moment de provincie met de slechtste omstandigheden en juist daar werken de Nederlandse troepen. Dat is echt heel zwaar. Daarom is het voor mij vanzelfsprekend: als zij daar werken moeten wij ook iets doen."

 

Aan de teksten op deze website kunnen geen rechten worden ontleend
Zoeken
Uitgebreid zoeken