INHOUD
1 Basisondersteuning terugkeer
1.1 Counselling in de grote steden
1.2 Extra ondersteuning voor (ex-)minderjarigen
1.3 Herintegratie in land van
herkomst
1.3.1 Geld investeren in
herintegratie
1.3.2 Actuele landeninformatie
1.3.3 Herintegratie Regeling
Terugkeer
1.3.4 Herintegratie in Sri Lanka
1.4.1 Mensen met gezondheidsproblemen
1.4.2 Terugkeer van migranten met HIV
1.5 Slachtoffers van mensenhandel
1.5.1 Nigeria
1.6 Zelfstandig vertrek
uit vreemdelingenbewaring
1.7 Afdeling Movements Schiphol
2.1 Uitgenodigde vluchtelingen
3.2 Temporary Return of Qualified Nationals (TRQN)
3.3 Returnand Reintegration of Qualified Sudanese (RQS)
3.4 Diaspora for Development of Cape Verde
3.5 Pilotproject Circulaire Migratie
3.6 Onderzoeksproject Indonesië
Terugkeer
IOM ondersteunt migranten in Nederland die vrijwillig willen terugkeren naar
het land van herkomst of die zich kunnen vestigen in een ander land.
1 Basisondersteuning
terugkeer
IOM ondersteunt migranten in Nederland die vrijwillig willen terugkeren naar
het land van herkomst of die zich kunnen hervestigen in een derde land. IOM
biedt deze ondersteuning op basis van het Return and Emigration of
Aliens from the Netherlands (REAN) programma, dat gefinancierd wordt
door het Ministerie van Justitie. De ondersteuning bestaat uit voorlichting
en informatie, een vliegticket en vergoeding van de kosten voor vervangende
reisdocumenten. Daarnaast biedt REAN een ondersteuningbijdrage voor de
overbrugging van de eerste periode na terugkomst. Onder REAN wordt extra
begeleiding gegeven aan terugkeerders in een kwetsbare positie en informatie
gegeven over mogelijkheden tot herintegratie in de landen van herkomst.
In 2008 is het aantal vertrokken migranten met 13% toegenomen in vergelijking met het daaraan voorafgaande jaar. In totaal keerden 1.767 migranten terug in vergelijking met 1.559 migranten in 2007. De meerderheid van de vertrekkers behoorde, met 58%, tot de categorie die nooit een aanvraag voor verblijfsvergunning heeft ingediend (irregulier). Vooral de inzet van het 'Randstad Initiative for Irregular Migrants' (RIIM) project (zie hoofdstuk 1.1) is hierop van invloed geweest.
In de top vijf van de landen van herkomst stond in 2008, net als in 2007,
Brazilië bovenaan, hierna gevolgd door Irak, de Oekraïne, Indonesië en
Angola. De landen van herkomst van asielzoekers zijn Irak en Angola.
Opvallend dit jaar was de forse stijging van terugkeer naar Irak, in veel
gevallen reeds na een kort verblijf in Nederland.
Voorlichting
IOM heeft de afspraak met het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers)
dat zij aansluit bij de groepsvoorlichtingen die het COA organiseert op haar
Terugkeerlocaties (TL's) en locaties voor Oriëntatie en Inburgering
(O&I). IOM beoogt met deze voorlichtingen vroegtijdig in contact te
komen met potentiële cliënten. Het bestaande werkprotocol van de
voorlichting is in 2008 geëvalueerd en geactualiseerd en er zijn
voorbereidingen getroffen om landelijke afspraken te maken over de
onderlinge samenwerking en deelname van IOM binnen de trainingsmodules.
Daarnaast is er in 2008 gestart met het ontwikkelen van nieuwe
voorlichtingsmaterialen en benaderingswijzen op de TL en de
Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL).
Net als in andere jaren speelde ook in 2008 in Nederland een discussie
over herintegratie na terugkeer. IOM heeft in deze discussie met haar kennis
en ervaring, zowel bij de overheid als bij betrokken maatschappelijke
organisaties, een belangrijke bijdrage kunnen leveren (zie ook het hoofdstuk
1.3.3 over de HRT-regeling).
Om de bekendheid van de terugkeerprojecten bij migranten en organisaties
verder te vergroten is in 2008 een information officer aangesteld binnen het
cluster AVR. In het afgelopen jaar heeft deze voorlichter presentaties
gegeven aan organisaties en migranten over de mogelijkheden die IOM biedt
bij terugkeer. Dit vond onder andere plaats op themabijeenkomsten,
conferenties en seminars.
Projecten terugkeer
Naast de ondersteuning uit het REAN-programma biedt IOM extra
(financiële) ondersteuning en begeleiding.
1.1 Counselling in de grote
steden
Het project 'Return Initiative
Irregular Migrants' (RIIM) is op 1 juli 2007 van start gegaan. In zes
grote steden in Nederland, Duitsland en Oostenrijk werkt IOM samen met de
deelnemende gemeentes en maatschappelijke organisaties om ondersteuning te
bieden aan migranten die geen recht op verblijf (meer) hebben. Het project
wordt gefinancierd door de Europese Commissie, het Oostenrijkse Ministerie
van Binnenlandse Zaken, de gemeente München, de staat Beieren en het
Nederlandse Ministerie van Justitie. In ieder land is een stuurgroep opgezet
bestaande uit vertegenwoordigers van de deelnemende gemeentes en nationale
overheid.
In Nederland bestaat het RIIM-team uit acht native counsellors, werkzaam in de Randstad, die zelf afkomstig zijn uit Afrika, het Midden-Oosten, Oost-Europa en Azië. De native counsellors hebben een grotere bekendheid gekregen, waarmee zij het draagvlak voor terugkeer in de steden hebben versterkt. Tevens hebben zij daardoor een grote groep migranten kunnen bereiken die langs reguliere weg onbereikbaar bleek.
De methodiek is in Nederland in eerdere projecten (Randstad Return Initiative) gebruikt. In 2008 zijn de netwerken uitgebreid en een relatieve stijging van het aantal vertrekkers geconstateerd. In Duitsland is vooral de samenwerking tussen IOM en de gemeente München goed tot stand gekomen. In de stad is de mogelijkheid van terugkeer in een positiever daglicht komen te staan. Het beoogde aantal vertrekkers (zestig) is tevens gehaald. In Oostenrijk is voor het eerst gebruik gemaakt van de methodiek van 'reaching out' door middel van een counsellor uit Kosovo. In 2008 hebben de native counsellors in Nederland 435 migranten bemiddeld die daadwerkelijk zijn vertrokken, in vergelijking met 313 migranten in 2007.
In de drie landen zijn onderzoeken uitgevoerd en informatie verzameld naar de leefomstandigheden van migranten zonder verblijfsrecht en factoren die van invloed zijn op de beslissing om in de Europese Unie te blijven of naar het land van herkomst terug te keren. De onderzoeksrapporten zijn gebundeld en worden begin 2009 gepubliceerd.
1.2 Extra ondersteuning voor
(ex-)minderjarigen
Voor de alleenstaande
minderjarige vreemdelingen (AMV's) die uit Nederland willen vertrekken
besteedt IOM speciale aandacht. Belangrijk is dat de terugkeer van deze
kwetsbare groep op een zeer zorgvuldige en verantwoorde manier gebeurt. IOM
start het terugkeerproces pas na het schriftelijk akkoord van de voogd in
Nederland.
In 2008 zijn in totaal 23 AMV's vertrokken, vergeleken met 21 in 2007.
Voor de terugkeer van AMV's heeft IOM drie specifieke projecten.
- UAM-project
Sinds juli 2008 is de ondersteuning die IOM biedt aan (ex)AMV's die vrijwillig terug willen keren naar hun land van herkomst, uitgebreid met het project "Counselling, Return & Reintegration of (ex) Unaccompanied Minor Migrants" (UAM). In samenwerking met stichting SAMAH wil IOM jongeren die geen zicht (meer) hebben op een legaal verblijf in Nederland, begeleiden naar een duurzame en vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst. Naast het organiseren van deze feitelijke ondersteuning wil IOM met dit project meer inzicht krijgen in het soort ondersteuning die gewenst is ten behoeve van de doelgroep voorafgaand aan vertrek en na aankomst in het land van herkomst, zodat IOM haar programma's hierop steeds gerichter kan afstemmen. Het project is bedoeld voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV's) en ex-alleenstaande minderjarige asielzoekers (ex-AMA's) die niet ouder zijn dan 25 jaar. In aanvulling op de standaardondersteuning zoals een vliegticket en hulp bij het verkrijgen van reisdocumenten, biedt IOM vanuit het UAM-project extra's zoals herintegratiebemiddeling, taalcursussen, opvang en een ondersteuningsbijdrage. In 2008 zijn 36 personen met ondersteuning uit het UAM-project vertrokken. Negen personen waren minderjarig en 27 AMA's hadden de leeftijd van 18 jaar of ouder al bereikt op het moment van vertrek. Het project is mogelijk gemaakt door financiering van de Europese commissie en het Ministerie van Justitie en heeft een looptijd van 18 maanden. - AMV Angola
Het project "Return and reintegration of Angolan unaccompanied minor asylumseekers from The Netherlands", is ontwikkeld voor AMV's uit Angola. De looptijd van dit project, dat wordt gefinancierd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, liep van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2008. In 2008 keerden 10 alleenstaande minderjarigen terug naar Angola, vergeleken met 13 in 2007. Alle AMV's zijn bij aankomst geassisteerd door IOM Luanda. Van alle terugkeerders is van tevoren naar de familie gezocht om een veilige terugkeer en adequate opvang te garanderen. Er is in 2008 geen gebruik gemaakt van de opvangmogelijkheid in Mulemba. - AMV DRC
Het project "Return, Reception and reintegration of unaccompanied minors from The Democratic Republic of Congo" is ontwikkeld voor de AMV's uit de Democratische Republiek Congo (DRC). Het project wordt gefinancierd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken en liep oorspronkelijk van november 2004 tot en met april 2006. Na een eerste verlenging van een jaar, die de einddatum naar april 2007 verschoof, werd een tweede en derde verlenging goedgekeurd. De voorlichtingsactiviteiten die IOM aanbood hebben echter niet geleid tot vertrekkers onder dit programma. Het programma loopt thans tot en met 30 juni 2009.
1.3 Herintegratie in land van
herkomst
IOM voert enkele projecten uit om de herintegratie van terugkeerders in het
land van herkomst te bevorderen. Dit houdt in dat terugkeerders naast de
ondersteuning uit REAN in aanmerking komen voor extra faciliteiten op het
gebied van herintegratie.
1.3.1 Geld investeren in
herintegratie
Organisaties of personen die bereid zijn om geld te investeren in de
herintegratie van (ex)asielzoekers en migranten, kunnen bij IOM een aanvraag
voor bemiddeling indienen.
Deze bemiddeling, "Additionele Herintegratie
Ondersteuning", is gericht op ondersteuning bij herintegratie en een
duurzaam verblijf in het land van vestiging. IOM onderzoekt de mogelijkheden
in het land van herkomst en informeert de aanvrager wat met het beschikbare
geld kan worden gerealiseerd. Vervolgens kan de bemiddeling met toestemming
van de aanvrager worden uitgevoerd.
IOM in Nederland bemiddelt tussen de Nederlandse sponsor en de IOM-vestiging die het herintegratietraject gaat begeleiden. Gedacht kan worden aan begeleiding bij het vinden van huisvesting, het opzetten van een eigen bedrijfje of het volgen van een opleiding. IOM in Nederland kan AHO aanbieden in nauw overleg met de IOM-kantoren in landen van herkomst en kan terugvallen op een ruime ervaring met herintegratiebegeleiding. In 2008 zijn vijf mensen met behulp van AHO teruggekeerd naar Irak, Soedan en Angola.
1.3.2 Actuele landeninformatie
Op 1 november 2008 is een vervolgproject "Information on Return and
Reintegration in Countries of Return II" (IRRICO II) van start gegaan dat
loopt tot en met 30 april 2010 en dat voor 70% wordt gefinancierd door
de Europese Commissie. Verdere cofinanciering wordt gegarandeerd door onder
andere het Nederlandse Ministerie van Justitie en door Ierland, Malta,
België en Zwitserland.
Het doel van het vervolg project is om een bijdrage te bieden aan de
inspanning van de Europese Unie op het gebied van vrijwillige, duurzame
terugkeer en herintegratie. Dit doel wordt bereikt door een integrale aanpak
in het versterken van de terugkeerbegeleiding, het informeren van migranten
en door het vergroten van de samenwerking tussen de lidstaten. De informatie
die door het project wordt ontsloten betreft onder andere huisvesting,
gezondheidszorg, transport, economie en opleidingsmogelijkheden. Vergeleken
met het vorige project zijn meer Europese landen en IOM-vestigingen
betrokken bij het IRRICO II-project. Het aantal deelnemende landen van
herkomst is toegenomen van twaalf naar twintig.
1.3.3 Herintegratie Regeling
Terugkeer
De Herintegratie Regeling
Terugkeer (HRT) is een aanvulling op REAN en wordt gefinancierd door het
Ministerie van Buitenlandse Zaken. De regeling is opgezet om de terugkeerder
met extra financiële ondersteuning zelfstandig uit Nederland te laten
terugkeren en daarmee betere mogelijkheden te bieden voor een duurzame
herintegratie in de herkomstlanden of in een derde land van
hervestiging.
De HRT-regeling 2006/2007 die tot eind september 2008 van kracht was, was
bedoeld voor (ex-)asielzoekers die voldeden aan de voorwaarden van REAN en
daarbij vóór 1 januari 2008 een asielverzoek in Nederland hadden ingediend.
In 2008 is in afstemming met de Ministeries van Justitie en Buitenlandse
Zaken een nieuw HRT-projectvoorstel ontwikkeld, waarbij uitbreiding van de
doelgroep is meegenomen.
Met de start van het nieuwe HRT project 2008 is de doelgroep uitgebreid naar
alle, nog legaal verblijvende, asielzoekers die voldoen aan de voorwaarden
van REAN, ongeacht de datum waarop de asielaanvraag is ingediend. Ook komen
met de nieuwe regeling afvallers van de Speciale Regeling, (ex-)asielzoekers
die na verloop van de 28-dagen termijn nog in de COA opvang verblijven en
(ex-)asielzoekers die in aanmerking komen voor plaatsing in een VBL (tot
uiterlijk een week na plaatsing in de VBL) in aanmerking voor HRT. Met de
uitbreiding van de HRT-regeling is ook het aantal vertrekkers met HRT in de
laatste drie maanden van 2008 gestegen.
In totaal hebben 1.150 vertrekkers met REAN gebruik kunnen maken van de oude
HRT-regeling (15 juni 2006 tot en met 30 september 2008). In 2008 zijn in
totaal 243 mensen met HRT teruggekeerd. Bij een vergelijking van de laatste
drie maanden van de oude HRT regeling (juli, augustus en september 2008) en
de eerste drie maanden van de nieuwe HRT regeling (oktober, november en
december 2008) is een aanzienlijke stijging te zien van 86% in het aantal
vertrekkers: 93 personen tegenover 50.
In het percentage van afgewezen HRT-checks is een duidelijke daling te zien.
Waar onder de oude HRT-regeling ongeveer 75% van de aanvragen werden
afgewezen, is dat voor de nieuwe HRT-regeling 2008 slechts 39%. De
belangrijkste redenen voor afwijzing waren verblijf in
vreemdelingenbewaring, een verklaring tot ongewenst vreemdeling en
irregulier verblijf in Nederland.
In 2008 was sprake van een trendbreuk. Onder de oude HRT-regeling was in
2008 een dalende trend te zien. In 2007 vertrokken in totaal 259 mensen
onder de HRT-regeling, in de eerste negen maanden van 2008 gaat het om 150
vertrekkers. Reden is dat de HRT-doelgroep werd uitgebreid. Meteen is een
stijging van 86% van het aantal terugkeerders te zien en een daling
van 52% in het aantal afwijzingen in vergelijking met de vorige drie
maanden.
1.3.4 Herintegratie in Sri
Lanka
IOM in Colombo heeft het wereldwijde herintegratieproject "Voluntary Assisted Return
and Sustainable Reintegration Program" (VARSRP). Het doel van dit
project is het organiseren en ondersteunen van duurzame herintegratie door
één van de negen lokale IOM kantoren verspreid over het land.
In 2008 zijn vanuit Nederland vier mensen naar Sri Lanka teruggekeerd en
hebben allemaal gebruik gemaakt van het herintegratieproject.
De herintegratieondersteuning wordt door IOM in Colombo geboden in de vorm van een financiële bijdrage voor het opstarten van een bedrijfje of voor het volgen van een opleiding. Daarnaast wordt er een gratis training aangeboden voor het ontwikkelen van het business plan en wordt het herintegratieproces gemonitord.
Het VARSRP-project zou in september 2008 eindigen, maar is tot maart 2009 budget neutraal verlengd.
1.4
Migratie & Gezondheid
IOM biedt extra individuele begeleiding aan migranten met
gezondheidsproblemen.
1.4.1 Mensen met
gezondheidsproblemen
IOM besteedt veel zorg en aandacht
aan de medisch verantwoorde terugkeer van cliënten die vanwege hun
gezondheidssituatie bijzondere voorzieningen nodig hebben, bijvoorbeeld
tijdens de vlucht en/of na aankomst in het land van herkomst. Te denken valt
aan migranten voor wie de beschikbaarheid van medicatie en behandeling in
hun land van herkomst wordt onderzocht, maar ook aan terminaal zieke
migranten die liggend vervoerd moeten worden en waar verpleegkundige
begeleiding tijdens de reis noodzakelijk is.
Uitgangspunt is dat de medische situatie in principe geen belemmering vormt
voor IOM om een aanvraag tot vertrek in behandeling te nemen.
Het aantal medische bemiddelingen in 2008 (44) laat een lichte stijging
zien ten opzichte van 2007 (41). In het laatste kwartaal van 2008 viel een
forse toename te constateren van het aantal bemiddelingen voor somatische
problematiek (85%), ten opzichte van bemiddelingen voor psychische
problematiek (15%). In voorgaande perioden was sprake van een meer
gelijkmatige verdeling.
In 2008 werd voor zes cliënten een medische begeleider en voor acht cliënten
een sociale begeleider geregeld.
1.4.2 Terugkeer van migranten met
HIV
Onder de in Nederland verblijvende Afrikaanse asielzoekers bevindt
zich een kleine, maar kwetsbare groep die leeft met HIV. Een HIV-positieve
status leidt in Nederland niet automatisch tot een verblijfsvergunning.
Daardoor wordt een deel van deze groep vroeg of laat geconfronteerd met de
verplichting Nederland te verlaten. Velen zien echter belangrijke barrières
voor het opnieuw opbouwen van hun levens in hun landen van herkomst, zoals
gebrekkige toegang tot medische behandeling, slechte perspectieven op de
arbeidsmarkt en stigmatisering en discriminatie van mensen met HIV.
Al in 2007 is IOM begonnen met onderzoek naar deze problematiek en hoe hiermee kan worden omgegaan. In 2008 is dit onderzoek voortgezet en begonnen met het concreet ondersteunen van het terugkeerproces van een aantal migranten met HIV. Hierbij is onder andere ingezet op informatievoorziening over de mogelijkheden en obstakels voor medische, economische en sociale herintegratie. Dit is een belangrijk onderdeel van het denkproces over de toekomstmogelijkheden van migranten met HIV te maken. In 2008 is met ruim een dozijn migranten met HIV gekeken naar terugkeermogelijkheden. Het project bood ook financiële ondersteuning indien het tot terugkeer zou komen. Voor veel cliënten bleek dit echter nog een stap te ver; in 2008 is uiteindelijk één persoon daadwerkelijk teruggekeerd.
De situatie dat migranten met HIV worden verplicht het land te verlaten,
terwijl door hen terugkeer vaak niet als reële optie wordt gezien, gaf ook
aanleiding voor het aangaan van een discussie met overheidsfunctionarissen,
migrantenorganisaties en andere belanghebbenden. Dit mondde uit in een
expert meeting over het onderwerp in december 2008, waarbij naast
Nederlandse deelnemers ook genodigden uit Ghana - om het perspectief van een
land van terugkeer te verwoorden - aanwezig waren.
De resultaten van het onderzoek en de daarop volgende discussie zijn
opgenomen in het rapport 'Health, Hope and
Home?'
Het project is in december 2008 beëindigd.
1.5 Slachtoffers van
mensenhandel
In het kader van REAN besteedt IOM sinds 2002 extra aandacht aan
slachtoffers die terug willen keren naar het land van herkomst. Bij slachtoffers van
mensenhandel kan niet altijd volstaan worden met het organiseren van de
reis, maar dient er maatwerk te worden geleverd, waarbij zoveel als mogelijk
rekening wordt gehouden met zowel de kwetsbare positie en individuele
hulpvraag van betrokkene als de veiligheid van het slachtoffer, familie en
betrokken hulpverleners.
In 2008 zijn 37 slachtoffers van mensenhandel met ondersteuning van IOM
vertrokken naar het land van herkomst. Aan vijftien van hen is extra
assistentie geboden. De assistentie bestond onder andere uit een
alfabetiseringscursus, een cateringcursus, Engelse les, psychosociale
ondersteuning, ondersteuning bij het vinden van werk of tijdelijke opvang in
een shelter. Veertien terugkeerders wilden alleen aankomstassistentie, onder
wie twee personen nog begeleiding kregen bij het kopen van een busticket om
hun eindbestemming te bereiken. De overige acht terugkeerders verzochten
nadrukkelijk om, buiten de standaard REAN assistentie, niet verder door IOM
begeleid te worden. De extra bijdrage die IOM biedt om de herintegratie na
terugkeer duurzamer te maken en eventueel belemmeringen voor terugkeer weg
te nemen wordt altijd aangeboden, maar wordt niet opgedrongen.
Onder de terugkeerders in 2008 waren vijf minderjarigen, onder wie vier
meisjes en één jongen. De top vijf van terugkeerlanden bestaat uit Hongarije
(twaalf), Bulgarije (zeven), Roemenië (zes), Nigeria (twee) en Slowakije
(twee).
In 2008 vonden regelmatig overleggen plaats met de convenantenpartners BlinN (Bonded Labour in the Netherlands, een initiatief van Humanitas en Novib), SRTV (de Stichting Religieuzen tegen Vrouwenhandel) en ComensHa (Coördinatiecentrum Mensenhandel, voorheen Stichting Tegen Vrouwenhandel) om optimale steun te kunnen bieden aan slachtoffers van mensenhandel door gebruik te maken van elkaars netwerken.
IOM heeft in 2008 samen met Pharos (landelijk kenniscentrum) twee keer een training aangeboden aan medewerkers van de Federatie Opvang. Deze training bestaat uit een presentatie met een module gesprekstechnieken en casuïstiek. Doel van de training is onder andere dat de medewerkers van Federatie Opvang op de hoogte zijn van de mogelijkheden die IOM biedt bij terugkeer en dat ze handvaten krijgen om het onderwerp terugkeer op een constructieve manier te bespreken. De resterende twee trainingen worden in januari 2009 gerealiseerd. In totaal zullen zestig medewerkers de training volgen.
1.5.1 Nigeria
IOM in Nederland is in 2008 benaderd door het Ministerie van
Buitenlands Zaken om de inbreng van Nederlandse expertise te coördineren in
het project "Counter Trafficking Initiative: analysis of the evolution of
trafficking in persons, grass root social intervention, building social
services and networking capacity and promoting direct Assistance". De
Nederlandse en Italiaanse ambassades in Abuja (Nigeria) financieren dit
project van IOM in Nigeria voor het opzetten van "referral mechanisms" in de
provincies Benin en Lagos. Het project beoogt de sociale diensten en NGO's
in deze provincies in kaart te brengen en met hen afspraken uit te werken
voor de opvang van slachtoffers. Daarbij gaat het zowel om slachtoffers die
ter plekke worden geïdentificeerd als om slachtoffers die uit Westerse
landen terugkeren. Het project is gestart op 1 oktober 2008.
1.6 Zelfstandig vertrek
uit vreemdelingenbewaring
Migranten die geen recht op verblijf in Nederland hebben, kunnen door de
overheid in vreemdelingenbewaring worden geplaatst. IOM vindt het belangrijk
dat mensen óók tijdens hun verblijf in bewaring de mogelijkheid hebben om
hun terugkeer zelf te kunnen organiseren. Eerste stap is om de doelgroep te
ondersteunen bij het maken van een goed geïnformeerde keuze ten aanzien van
hun toekomst in Nederland of het land van herkomst.
IOM biedt deze groep ondersteuning vanuit het project "Assisted Voluntary Return from Detention" (AVRD). IOM heeft hiervoor financiering ontvangen van het EU Return Fund. Met dit fonds worden op terugkeer gerichte activiteiten gefinancierd, waarbij tegelijk de samenwerking tussen de EU landen wordt gestimuleerd. Het project heeft een looptijd tot april 2009.
In 2008 heeft het project 455 migranten ondersteund bij hun vrijwillige terugkeer vanuit vreemdelingenbewaring. De drie belangrijkste bestemmingslanden zijn Marokko, Nigeria en Turkije. Voor ongeveer 50% van deze mensen heeft IOM bemiddeld om reisdocumenten beschikbaar te krijgen.
Kwaliteitsontwikkeling
Medewerkers van het project hebben een drietal studiebijeenkomsten gevolgd
bij professor dr. A.M. van Kalmthout, Hoogleraar aan de faculteit
Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Tilburg, departement
Strafrechtswetenschappen. Het doel van de bijeenkomsten was nadere
ontwikkeling van de juridische deskundigheid over migranten in
vreemdelingenbewaring. De inhoud bestond uit het juridisch kader van
toezicht en handhaving van regelingen met betrekking tot illegaal verblijf
in Nederland.
Europese uitwisseling
In het najaar van 2008 hebben twee werkbezoeken plaatsgevonden met
als doel de uitwisseling van ervaringen rond vrijwillige terugkeer vanuit
detentie. Daaraan hebben tien vertegenwoordigers van IOM en overheden uit
België, Oostenrijk, Groot Brittannië en Tsjechië deelgenomen. In Groot
Brittannië is het 'removal centre' Harmondsworth bezocht en is
geparticipeerd bij de 'air side' begeleiding van een aantal terugkerende
migranten. In België is het 'gesloten centrum' te Vottem bezocht en in
Nederland is een bezoek gebracht aan het detentiecentrum in Dordrecht.
Vanuit de delegatie zijn aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van de praktijk van het AVRD-project. Daarnaast werd de opgedane kennis ingebracht in de discussie over het gevoelige onderwerp van illegalen in vreemdelingenbewaring, bijvoorbeeld in de vorm van presentaties en advies aan instellingen en Diensten in Nederland.
1.7 Afdeling Movements Schiphol
Alle in 2008 uit Nederland vertrokken migranten, 1.767 in totaal,
zijn bij vertrek op Schiphol begeleid door de medewerkers, vanaf de balie
van IOM in de vertrekhal tot aan de vertrekgate van de desbetreffende
vlucht. De afdeling Movements van IOM zorgde voor de operationele
voorbereiding van het vertrek, zoals het boeken van de vluchten, het
organiseren van transit- en/of aankomstassistentie door andere
IOM-vestigingen en het ter beschikking stellen van eventuele financiële
bijdragen.
In 2008 werd door IOM wereldwijd een nieuwe applicatie ingevoerd voor de registratie van de ticketkosten. Ook IOM in Nederland heeft dit systeem in gebruik genomen wat heeft geleid tot een hogere efficiëntie, verbetering van de kostenverantwoording en nauwkeuriger rapportages.
Verreweg de grootste groep migranten die op Schiphol wordt geassisteerd is in transit. Zij reizen via Amsterdam naar een derde land, meestal in het kader van hervestiging, soms van terugkeer, onder programma's die door andere IOM-vestigingen worden uitgevoerd. In 2008 ging het om 4.790 migranten, van wie er zo'n 2.750 naar de Verenigde Staten reisden, 775 naar Canada en ruim 700 naar Scandinavische landen.
Daarnaast werden in 2008 1.465 migranten begeleid bij hun aankomst in Nederland, 847 in het kader van gezinshereniging en 618 als uitgenodigde vluchteling. Meer over uitgenodigde vluchtelingen en gezinshereniging staat in het volgende hoofdstuk.
2. Overkomst naar Nederland
De Nederlandse overheid nodigt jaarlijks ongeveer vijfhonderd
vluchtelingen uit om zich in Nederland te vestigen. Daarnaast zijn er ook
personen die toestemming hebben gekregen om naar Nederland over te komen in
het kader van gezinshereniging. IOM biedt hulp bij de overkomst van deze
uitgenodigde vluchtelingen en gezinsleden. Zo verzorgt IOM de
reisdocumenten, boekt vluchten en assisteert bij vertrek, transit en
aankomst.
2.1 Uitgenodigde
vluchtelingen
Op voordracht van de United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR)
accepteert de Nederlandse overheid jaarlijks vluchtelingen voor
hervestiging in Nederland. In de periode 2008 tot en met 2011 is een
quotum afgesproken van 2.000 vluchtelingen. In het afgelopen jaar heeft het
IOM de overkomst van 618 uitgenodigde vluchtelingen naar Nederland
gefaciliteerd.
Middels zogenaamde selectiemissies toetsen ambtenaren van de IND ter plaatse de verhalen van de voorgedragen vluchtelingen. Daarnaast worden op ad-hoc basis individuele vluchtelingen uitgenodigd, op basis van voordrachten door het hoofdkantoor van UNHCR in Genève om redenen van urgentie of op humanitaire gronden.
In het afgelopen jaar hebben er vier selectiemissies plaatsgevonden. In Jordanië werd een grote groep Irakese vluchtelingen geselecteerd. Uit Tanzania kwamen Burundese en Congolese vluchtelingen en aan het einde van het afgelopen jaar zijn vluchtelingen in Thailand en Nepal uitgenodigd voor hervestiging.
Op verzoek van de Nederlandse overheid regelt IOM het vervoer van deze vluchtelingen (en hun gezinsleden) naar Nederland. Door haar wereldwijde netwerk van (momenteel) 138 kantoren in 102 landen is IOM in staat om in tal van landen diensten ten behoeve van de overkomst naar Nederland te leveren.
De aandacht voor resettlement is in de afgelopen periode toegenomen. Ook andere Europese landen uiten hun interesse voor het opnemen van uitgenodigde vluchtelingen. In 2008 zijn Tsjechië, Roemenie en Frankrijk begonnen met de implementatie van een hervestigingsprogramma. De toename van hervestingslanden in Europa heeft ook zijn impact op de werkzaamheden van IOM wereldwijd. Om hier adequaat op te reageren heeft IOM in het afgelopen jaar twee Europese consultations georganiseerd in Brussel en Oslo die mede als platform dienden om best practices met elkaar uit te wisselen.
2.2
Gezinshereniging
Eén van de langst lopende programma's van IOM in Nederland is Gezinshereniging.
Sinds 1996 verzorgt IOM, op verzoek van familie, de reis van gezinsleden die
zich in Nederland mogen vestigen. Vanaf de start in 1996 tot en met 2008
zijn in totaal 11.650 gezinsleden geassisteerd bij hun overkomst naar
Nederland. Evenals voorgaande jaren was er een goede samenwerking met
Vluchtelingenwerk - landelijk bureau en plaatselijke groepen.
In 2008 is er veel veranderd aan de organisatie en de inrichting van het programma. Zo is de personele inzet teruggebracht, het telefonische spreekuur voor gezinsherenigingzaken is teruggebracht van vijf tot drie ochtenden per week en administratieve processen zijn vereenvoudigd. Al met al is er een grote efficiëntieslag gemaakt, terwijl de dienstverlening minstens op gelijk niveau is gebleven; zo konden aanvragen sneller in behandeling genomen worden.
De cijfers illustreren de verhoging van de efficiëntie: in 2008 zijn meer dossiers afgehandeld dan in 2007. In totaal zijn in 2008 847 gezinsherenigers gearriveerd met assistentie van IOM; in 2007 waren dat er 550. Van de aangekomen familieleden in 2008 had overigens maar liefst 65 procent de Somalische nationaliteit. Dit kwam voort uit een inhaalslag die de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) maakte van Somalische asielzaken.
3. Migratie en Ontwikkeling
IOM voert sinds een aantal jaren projecten uit op het vlak van migratie en
ontwikkeling. Dit betreft vooral de tijdelijke uitzending van hoger
opgeleide migranten naar landen van herkomst om daar een bijdrage te leveren
aan de capaciteitsopbouw van lokale organisaties. IOM wil daarmee een
constructieve bijdrage leveren aan het beleid en discussie over migratie en
ontwikkeling onder andere door de meerwaarde van de inzet van migranten aan
te tonen. Behalve tijdelijke terugkeer van in Nederland verblijvende
migranten, houdt IOM zich tevens bezig met circulaire migratie vanuit landen
van herkomst.
3.1 MIDA Ghana
Health
Dit project richt zicht op de versterking van de gezondheidszorg in Ghana
door de inzet van Ghanese artsen en andere gezondheidswerkers die woonachtig
zijn in Nederland, Engeland, Duitsland en andere EU landen. In maart 2008
liep het MIDA-Ghana II Health project ten einde waarbij in totaal 65
tijdelijke uitzendingen zijn gerealiseerd. Op basis van dit succes werd het
MIDA-Ghana III project
goedgekeurd en kon in april 2008 van start gaan. Het MIDA-Ghana III project
zal zich nog meer gaan richten op de noordelijke regio's van Ghana. Eind
2008 werden er binnen dit vervolg project 44 tijdelijke uitzendingen
gerealiseerd.
3.2 Temporary Return of
Qualified Nationals (TRQN)
TRQN is ontwikkeld voor de wederopbouw en ontwikkeling van een aantal
voormalige conflictgebieden door de inzet van deskundigheid en ervaring van
in Nederland verblijvende migranten. Het TRQN I project richtte zich op
Afghanistan, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Servië, Sierra Leone en Soedan.
In 2008 zijn via dit project 20 uitzendingen gefaciliteerd. In totaal zijn
sinds de start van het project in april 2006 160 uitzendingen door IOM
gefaciliteerd. De uitzendingen hebben een concrete bijdrage geleverd aan
onder meer de versterking van de capaciteit van lokale organisaties,
veranderingsprocessen in deze organisaties en de samenwerking met partners
in Nederland. In april is het project geëvalueerd tijdens het TRQN seminar.
Behalve vertegenwoordigers van de betrokken IOM kantoren, het Ministerie van
Buitenlandse Zaken en Nederlandse NGO's, hebben migranten die uitgezonden
zijn, deelgenomen aan het seminar. In juli is het TRQN II project
gestart, wederom ondersteund vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
De doellanden zijn opnieuw Afghanistan, Soedan, Sierra Leone en Bosnië en
Herzegovina. Daarnaast is Georgië toegevoegd als nieuw land. In 2008 zijn
via TRQN II 26 migranten tijdelijk teruggekeerd naar hun land van herkomst
om ervaring en kennis over te dragen. TRQN II loopt tot en met juni
2011.
3.3 Return and
Reintegration of Qualified Sudanese (RQS)
Het RQS-project is een
door IOM in Soedan gecoördineerd project ten behoeve van de ontwikkeling van
het zuiden van Soedan. Daarbij worden zowel korte uitzendingen als ook
langere termijn terugkeer van migranten gefaciliteerd. Daarnaast is het
project vooral gericht op de permanente terugkeer van IDP's. In 2008 is
vanuit Nederland niemand naar Soedan uitgezonden. RQS wordt gefinancierd
door de overheden van Japan en Denemarken.
3.4 Diaspora for Development of
Cape Verde
In januari 2008 startte het project Diaspora for Development
of Cape Verde, waarbij Kaapverdische migranten vanuit Nederland,
Portugal en Italië ingezet worden voor de ontwikkeling van Kaapverdië. Dit
project richt zich op sectoren als onderwijs, gezondheidszorg,
infrastructuur en toerisme en beoogt de capaciteitsopbouw van lokale
organisaties. Het project wordt in nauwe samenwerking tussen de
IOM-vestigingen in Portugal, Italië en Nederland en het Instituto das
Communidades (IC) in Kaapverdië uitgevoerd. Per land zullen tien tijdelijke
uitzendingen en twee netwerkmissies worden gefaciliteerd. Het project heeft
een duur van achttien maanden en wordt gefinancierd door de EU en het
Ministerie van Buitenlandse Zaken van Portugal. IOM in Portugal heeft een
speciale website voor dit project ontwikkeld en inmiddels heeft er een
needs-assessment plaats gevonden, waarvan de resultaten op de website zijn
gepubliceerd. Ook hebben er diverse activiteiten plaatsgevonden, gericht op
Kaapverdische diaspora in Nederland. Dit heeft tot goede contacten geleid
met verschillende Kaapverdische organisaties en intussen zijn er drie
potentiële kandidaten voor tijdelijke uitzending geïdentificeerd.
3.5 Pilot project Circulaire
Migratie
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft eind 2008 een tender
uitgeschreven voor een pilot project Circulaire Migratie. De pilot beoogt om
tweehonderd arbeidsmigranten afkomstig uit twee OS-partnerlanden tijdelijk
in Nederland te laten werken en ervaring op te laten doen. De migranten
keren na twee jaar weer terug om hun kennis en ervaring in te zetten voor de
ontwikkeling van hun land van herkomst. IOM heeft zich in samenwerking met
PricewaterhouseCoopers en het Rotterdams Instituut voor
Sociaal-wetenschappelijk Beleidsonderzoek (RISBO) ingeschreven op deze
tender en is uitgenodigd om een concreet projectvoorstel te ontwikkelen. De
pilot zou in juni 2009 van start moeten gaan.
3.6 Onderzoeksproject
Indonesië
IOM is vanaf mei 2008 betrokken bij het EU-gefinancierde onderzoeksproject
"Improving knowledge about Remittances Corridors and Enhancing Development
through Inter-Regional Dialogue and Pilot Projects in Southeast Asia and
Europe". Dit project probeert onder meer inzicht te verschaffen in de
geldovermakingen naar Indonesië van in Nederland woonachtige Indonesische
migranten.