In
1999 werkte de toen 23-jarige Lokombe voor de Congolese overheid. Hij woonde
in het grensgebied in Oost-Congo. Het land werd sinds 1994 getroffen door
etnische onlusten en een burgeroorlog, mede door de instroom van
vluchtelingen uit Rwanda en Burundi. De burgeroorlog verergerde in 1998 toen
rebellen met steun van Rwanda en Oeganda probeerden president Laurent Kabila
weg te jagen. Volgens het International Rescue Committee kostte het conflict
sinds 1998 aan ongeveer 3,8 miljoen mensen het leven, de meeste slachtoffers
stierven als gevolg van honger en ziekte. Miljoenen anderen vluchtten voor
het geweld.
"Het probleem in de grensgebieden was de gemengde bevolking. De overheid
wilde dat de Ruwandezen het land zouden verlaten en wilde alleen 'honderd
procent Congolezen. Die waren er niet, de bevolking was al jaren gemengd,"
vertelt Lokombe. Hij protesteerde en zijn verzet tegen de overheid maakte hem
tot politiek gevangene. Samen met ongeveer honderd anderen werd hij
opgesloten. Slechts elf ervan overleefden de mishandelingen en ontberingen.
Lokombe was één van de elf.
"Ik weet niet hoe UNHCR en IOM ons ontdekten, maar het is hen gelukt om door
intensief onderhandelen met de overheid ons vrij te krijgen. Na veertien
maanden was ik weer vrij. We moesten wel het land verlaten, dat kon niet
anders om je leven te redden. Ik ben gevlucht naar West-Afrika, naar de
Republiek Benin en kwam in een vluchtelingenkamp terecht."
'As soon as possible weer weg', dat wilde hij. Maar dat duurde zes jaar.
"Toen werd ik uitgenodigd voor een interview met UNHCR. Ik kwam in aanmerking
om voorgedragen te worden als uitgenodigde vluchteling." De aanvankelijke
mogelijkheid om naar de Verenigde Staten te gaan bleek niet haalbaar. Een
gesprek met de Nederlandse ambassadeur en mensen van de Nederlandse
Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) had meer resultaat. In september 2006
vertrok hij naar Nederland.
Gezinshereniging
Na aankomst in Nederland ging Lokombe naar het asielzoekerscentrum in
Amersfoort.Uitgenodigde vluchtelingen krijgen daar een speciaal programma en
blijven er gemiddeld een half jaar. Lokombe bleef er langer omdat het
opsporen en identificeren van zijn dochter, twee zusjes en broertje veel tijd
in beslag nam. Intussen zette Lokombe zich in voor lotgenoten en hielp hij
Vluchtelingenwerk met het feit dat hij zeven talen spreekt.
Acht jaar had Lokombe geen contact met zijn familie gehad. De relatie met
de moeder van zijn dochtertje was inmiddels verbroken. De UNHCR kwam er
achter dat zijn twee zusjes en dochter in een vluchtelingenkamp in Oeganda
zaten. Toen bleek ook dat zijn zusje was misbruikt en zwanger was. "De
procedure duurde lang omdat het moeilijk te bewijzen was dat het mijn dochter
was. Ik heb veel hulp gehad van VluchtelingenWerk en het lukte de oom die
voor haar zorgde om een geboortebewijs te overleggen."
In juni vorig jaar heeft Lokombe zijn familie op Schiphol kunnen ophalen.
"Het was een bijzondere dag, ik was echt heel blij. Het was de beste ervaring
in mijn leven. Mijn broertje is nu gelukkig ook gevonden, maar het is nog
niet zeker of hij wel naar Nederland kan komen."
Ambassadeur VW
Lokombe is er trots op dat hij één van de twintig ambassadeurs van
VluchtelingenWerk in Nederland mag zijn. "Dat houdt in dat we vluchtelingen
helpen en adviseren bij hun integratie met als belangrijkste startpunt het
leren van de taal. Soms help ik mensen bij telefoongesprekken of het vertalen
van brieven."
Ook voorlichting is een belangrijke taak. De ambassadeurs gaan naar
bijvoorbeed gemeenten en scholen om te vertellen wat een vluchteling is en
wat het betekent. "We benadrukken dan dat een vluchteling ook kan bijdragen
aan de gemeenschap waar hij in terecht komt. Want we hebben ervaringen in ons
eigen land, met een verschillende cultuur en het is leuk om die te laten
zien."
Wat opvalt is dat scholieren en studenten vaak niets weten over
vluchtelingen. "Het is nog zo onbekend. We leggen uit wat een vluchteling is,
en wat het verschil tussen een asielzoeker en een uitgenodigde vluchteling.
Mensen hebben er vaak nooit van gehoord, ze hebben geen idee. Zeker niet over
vluchtelingenkampen en hoe lang mensen daar verblijven. Het is echt
belangrijk om daar voorlichting over te geven."
IOM
Ook aan IOM heeft Lokombe veel te danken. Hij toont het formulier waarmee hij
dankzij IOM vrijkwam uit de gevangenis. Blij was hij ook met IOM toen hij
naar Nederland kwam en bij de transit in Frankrijk de vlucht mistte. Hij
vroeg de politie om iemand van IOM en zij brachten hem in contact. 'Geen
paniek' zei de man van IOM. 'Ik maak een nieuw programma en je kunt vandaag
nog naar Nederland'. Het laatste contact met IOM had Lokombe toen zijn
familie aankwam op Schiphol. "Van IOM kreeg ik de informatie over de
aankomst. IOM doet heel spannend werk. Misschien ga ik later wel bij IOM
werken!" zegt hij.
Integreren
Lokombe voelt zich welkom als migrant. "Dat begon al in Amersfoort, iedereen
was blij mij te mogen ontvangen." Nu woont hij met zijn familie in Amsterdam.
Hij volgt de opleiding Zorg & Welzijn en de kinderen gaan naar school. Al
in Amersfoort begonnen zijn lessen Nederlands. In Amsterdam volgde hij een
intensievere cursus. Dat viel tegen. "Ik spreek best wat talen en dacht dat
zal me ook wel lukken. Bovendien had ik gehoord dat veel mensen in Nederland
Engels zouden spreken. Maar dat is niet zo. Dus er restte één ding:
Nederlandse leren en mijn best doen!
Zoals het nu is, verwacht Lokombe niet terug te kunnen keren naar Congo.
"Congo is mijn land, hoe veel slechte ervaringen ik ook heb. Gezien de manier
waarop ik het land heb verlaten, kan ik niet terug. Ik blijf met mijn familie
hier. Met de kinderen op school gaat het goed, ze willen veel leren. Ik voel
me thuis hier en het komt goed, dat was en is mijn motto."
KADERTEKST: Uitgenodigde vluchtelingen
Nederland is één van de achttien landen die wereldwijd aangesloten
zijn bij het zogenaamde 'resettlement program' van de United Nations High
Commissioner for Refugees (UNHCR).
Volgens dit programma draagt de UNHCR vluchtelingen voor die opgevangen
worden in de regio van herkomst, maar niet terug kunnen naar hun eigen land
(zgn. repatriëring) en ook niet kunnen integreren in het land van verblijf.
Op verzoek van de Nederlandse overheid regelt IOM in Nederland sinds 1997 het
vervoer van deze vluchtelingen (en hun gezinsleden) naar Nederland. IOM's
logistieke ondersteuning bestaat onder andere uit:
- het regelen van tijdelijke voorzieningen ter plaatse voorafgaand aan het vertrek zoals onderdak, eten en kleding;
- het adviseren over in- en uitreisdocumenten;
- het boeken van tickets en dienstverlening bij communictaie met de Nederlandse ambassade en lokale autoriteiten;
- hulp bij vertrek, transit en aankomst in Nederland.
Uitgenodigde vluchtelingen opgevangen in het asielzoekerscentrum (AZC) Amersfoort. De vluchtelingen verblijven daar maximaal een halfjaar en stromen daarna door naar een woning in een gemeente.
KADERTEKST: Ondersteuning IOM
Op verzoek van de Nederlandse overheid regelt IOM Nederland sinds 1997 het
vervoer van uitgenodigde vluchtelingen (en hun gezinsleden) naar Nederland.
Door haar wereldwijde netwerk in meer dan 100 landen is IOM in staat om in
tal van landen diensten ten behoeve van de overkomst naar Nederland te
leveren.
De logistieke ondersteuning bestaat onder andere uit:
- het adviseren rondom de benodigde in- en uitreisdocumenten, het boeken van tickets en dienstverlening bij communicaties met instanties, zoals de Nederlandse ambassade en de lokale autoriteiten;
- het adviseren over de benodigde woon- en reiscondities voor vluchtelingen met gezondheidsproblemen;
- het maken van afspraken met luchtvaartmaatschappijen over eventueel noodzakelijke voorzieningen tijdens de reis;
- het geven van hulp bij vertrek, transit en aankomst en het zorgdragen voor de benodigde transit visa geregeld zijn;
- wanneer nodig het regelen van tijdelijke voorzieningen ter plaatse voorafgaand aan het vertrek, zoals onderdak, eten en kleding.