Direct naarhoofdmenu / zoekveld

Na-oorlogse migratie naar Australië: “De mooiste tijd van ons leven”

Mijnheer Meulman had ’s avonds opgetreden in Brussel en was laat thuis. Toen hij zijn bed in stapte vroeg zijn vrouw: Gaan we nou naar Australië of gaan we niet? Ik zei: “We gaan! Welterusten.” De heer en mevrouw Meulman stapten op 13 maart 1956 aan boord van het motorschip Sibajak om te emigreren naar Australië. Ruim vijftig jaar later blikken ze terug. Een beeld van wat migreren kan opleveren: avontuur, vrijheid en verdiensten. Met als belangrijke succesfactor: het spreken van de taal.

Frans en Nettie MeulmanZij was 20, hij 25 en een half jaar na hun huwelijk vertrokken ze. De reden was de woningnood in Nederland. Het echtpaar Meulman woonde bij zijn moeder op een zolderkamer en dat beviel in het geheel niet. Bovendien waren inmiddels drie zussen van mevrouw Meulman naar Australië geëmigreerd en dus was het besluit om hen te volgen snel genomen.


Na de oorlog was de Australische behoefte aan arbeidskrachten groot. Eind 1946 spraken de Australische overheid en de Stichting Landverhuizing Nederland af dat naast landbouwers ook geschoolde en ongeschoolde arbeidskrachten uit andere beroepsgroepen onder gunstige voorwaarden naar Australië konden emigreren. In 1951 werden de condities een stuk beter met het sluiten van de Netherlands Australia Migration Agreement. Bepaalde groepen migranten konden nu met steun van zowel de Australische als Nederlandse overheid migreren. Zo ook de familie Meulman.

 

Veel voorbereidingen hadden ze niet getroffen. Ze vertrokken zonder zekerheden over wonen en werk. Ook wisten ze niet dat mevrouw Frans en Nettie Meulman- SibajakMeulman zwanger was. "Aan boord voelde ik me niet zo lekker en dacht dat ik zeeziek werd", vertelt mevrouw Meulman. "Maar toen ik naar de arts ging voor onderzoek bleek dat ik zwanger was."
Bij aankomst in Australië stonden de zussen van mevrouw Meulman hen op te wachten. De procedure schreef voor dat alle migranten zich moest melden in een hostel. Daar konden pas weg als ze werk hadden gevonden. Het echtpaar Meulman had daar echter weinig zin in en vond al snel een Nederlandse familie die woonruimte aanbood. "Het was een hokje, meer niet. Er was precies genoeg plaats voor een tafel, vier stoelen en een bed. Maar we waren dolgelukkig! Want we hadden met niemand iets te maken en dat is wat we wilden."

 

Werk dankzij de taal
Direct na aankomst ging mijnheer Meulman op zoek naar werk. Om de eerste periode te overbruggen kreeg elke Nederlander bij aankomst in Australië  50 Australische ponden ofwel 400 gulden. "Dat was niet slecht, maar toch wilde ik als de donder aan de slag", zegt Meulman. Van de ambassade kreeg hij een werkvergunning en hij meldde zich bij Steelworks. Hij was niet de enige. "Ik kwam daar 's morgens bij de poort en er stonden enorme rijen mensen, heel Europa zat er. Toen ik eindelijk bij het loket kwam, was de enige reactie 'No jobs'." Na een paar dagen had Meulman dat wel gehad en besloot hij te wachten tot iedereen weg was. "Ik klopte op het luik. 'No jobs' riep te man. Tot drie keer toe herhaalde dit zich, toen werd de man boos en riep 'What do you want'? Ik wil helemaal geen job, zei ik, ik wil alleen dat u mijn naam op schrijft. Hij keek op. U spreekt Engels? Ja, zei ik. En hij schreef mijn naam op. Twee dagen later werd mijn naam omgeroepen en had ik een baan." Zijn nette pak kon hij na de eerste dag wel thuislaten, want het laden van vrachtwagens gebeurde in werkkleding.
Hoewel het vertrek onvoorbereid leek, had de heer Meulman wel beseft dat het spreken van de taal belangrijk was.  Hij had in Nederland een schriftelijke cursus Engels gevolgd en tijdens de oorlog had hij wat Duits geleerd. Het kwam hem bij zijn werk goed van pas. "Ik heb veel geluk gehad, de taal heeft ons gewoon gered."


Ook het doorzettingsvermogen en de drang om zoveel mogelijk geld te verdienen maakten de emigratie tot een succes. Omdat verven bij Steelworks veel meer verdiende dan vrachtwagens laden, meldde hij zich na een maand of drie bij de verfafdeling. "Are you a painter?" vroeg men. "Yes", zei Meulman. De volgende ochtend kon hij met een blik verf en een kwast de ladder op. Trillend en bevend ging hij omhoog. "Al snel hadden ze door dat ik geen schilder was. Maar ze waren behulpzaam en ik sloeg me er door heen." Na een paar dagen trillend en zwetend te zijn doorgegaan, begon het te wennen. "Nee, nooit heb ik gedacht, 'waar ben ik aan begonnen'. Ik verdiende goud!"
En zo ging het door. Toen buren hoorden dat hij gitaar speelde en aan mevrouw Meulman vroegen of hij les gaf, zei ze 'Jazeker! En zo kwam het dat hij gitaarles ging geven; ook dat lukte.

Frans en Nettie Meulman- gezondh

Intussen ging de aandacht uit naar de komende gezinsuitbreiding. In het hokje was eigenlijk geen plaats. Overwogen werd om een wiegje aan een katrol aan het plafond te hangen. Opnieuw was het geluk aan hun zijde want een buurvrouw gaf de tip dat een garage bij de bakker verderop vrijkwam. Ze vroegen en kregen de nieuwe woonruimte.
Dochter Anita kwam. In de telefooncel op de hoek werd via de operator het ziekenhuis gebeld. Daar bleef mevrouw Meulman, zoals voor elke moeder na een bevalling, vijf dagen.

 

Sparen voor de terugkeer
Het echtpaar Meulman bleef twee jaar in Australië. Dat hadden ze op de heenreis besloten. De regeling was namelijk dat de overheid de reis betaalde voor wie er tenminste twee jaar bleef. Die twee jaar heeft Meulman hard gewerkt, regelmatig 16 uur aanéén. Net als huidige migranten keken Meulman en zijn vrouw vooruit en spaarden ze elke maand. "We wilden geld hebben voor de terugreis en de eerste periode daarna. Een zwager in Nederland had een spaarbankrekening voor ons geopend zodat we wat geld hadden als we terugkwamen." Ook aan de moeder van mijnheer Meulman, die weduwe was, werd gedacht. Ze kon het kostgeld van haar zoon goed gebruiken en was ook om die reden niet zo blij met de migratie. "We wisten dat het financieel gezien een aderlating voor haar was. Daarom hebben we besloten om vanaf het eerste salaris elke maand vijf pond (veertig gulden) over te maken. Dat hebben we die twee jaar gedaan."

 

Exact na twee jaar vertrokken ze weer. Overwogen om te langer blijven hebben ze niet. Mevrouw Meulman werd wel wat aan het twijfelen gebracht door de mooie aanbiedingen voor werk. Maar er was toch enige weerzin tegen het leven dat ze leidden. "Het was een heel simpel leven: werken, eten en slapen. Verder was er niets te doen."
Het enige moment van spijt in het hele migratieavontuur hadden ze toen ze de trap opliepen bij de moeder van de heer Meulman. "Toen waren we het liefst direct weer vertrokken."

 

De zussen van mevrouw Meulman zijn in Australië gebleven. Het echtpaar Meulman is er nog twee keer op bezoek gegaan.
Eenmaal terug in Nederland wilde Meulman weer in de bouw aan het werk. Maar de eerste de beste werkgever zei "De bouw staat u niet, mijnheer. Doe het niet". Dus is hij verder gegaan in de muziek en werd hij beroepsmusicus. 

 

Migratie toen en nu
Een vergelijking met huidige migranten of arbeidsmigranten uit Oost-Europa gaat voor het echtpaar Meulman niet op. "We vertrokken omdat we meer ruimte wilden en niet langer bij mijn moeder wilden inwonen. We gingen voor het avontuur, om geld te verdienen en dan weer terug. Kijk, de Polen komen uit armoede. We herkennen niets van ons zelf in huidige migranten. Wij zijn exceptionele mensen, misschien hoort dat wel bij een migrant. We hebben eigenlijk niet naar de toekomst gekeken. Het was de mooiste tijd van ons leven. Het heeft alles betekend. We hebben er echt uitgehaald wat er uit te halen viel. Je vrijheid, het onbevangene."
Ze zullen het nooit vergeten, al was het maar door de maandelijkse bijdrage aan het pensioen van Steelworks.

 

Aan de teksten op deze website kunnen geen rechten worden ontleend
Zoeken
Uitgebreid zoeken