Zij
was 20, hij 25 en een half jaar na hun huwelijk vertrokken ze. De reden was
de woningnood in Nederland. Het echtpaar Meulman woonde bij zijn moeder op
een zolderkamer en dat beviel in het geheel niet. Bovendien waren inmiddels
drie zussen van mevrouw Meulman naar Australië geëmigreerd en dus was het
besluit om hen te volgen snel genomen.
Na de oorlog was de Australische behoefte aan arbeidskrachten groot. Eind
1946 spraken de Australische overheid en de Stichting Landverhuizing
Nederland af dat naast landbouwers ook geschoolde en ongeschoolde
arbeidskrachten uit andere beroepsgroepen onder gunstige voorwaarden naar
Australië konden emigreren. In 1951 werden de condities een stuk beter met
het sluiten van de Netherlands Australia Migration Agreement. Bepaalde
groepen migranten konden nu met steun van zowel de Australische als
Nederlandse overheid migreren. Zo ook de familie Meulman.
Veel voorbereidingen hadden ze niet getroffen. Ze vertrokken zonder
zekerheden over wonen en werk. Ook wisten ze niet dat mevrouw Meulman
zwanger was. "Aan boord voelde ik me niet zo lekker en dacht dat ik zeeziek
werd", vertelt mevrouw Meulman. "Maar toen ik naar de arts ging voor
onderzoek bleek dat ik zwanger was."
Bij aankomst in Australië stonden de zussen van mevrouw Meulman hen op te
wachten. De procedure schreef voor dat alle migranten zich moest melden in
een hostel. Daar konden pas weg als ze werk hadden gevonden. Het echtpaar
Meulman had daar echter weinig zin in en vond al snel een Nederlandse
familie die woonruimte aanbood. "Het was een hokje, meer niet. Er was
precies genoeg plaats voor een tafel, vier stoelen en een bed. Maar we waren
dolgelukkig! Want we hadden met niemand iets te maken en dat is wat we
wilden."
Werk dankzij de taal
Direct na aankomst ging mijnheer Meulman op zoek naar werk. Om de eerste
periode te overbruggen kreeg elke Nederlander bij aankomst in
Australië 50 Australische ponden ofwel 400 gulden. "Dat was niet
slecht, maar toch wilde ik als de donder aan de slag", zegt Meulman. Van de
ambassade kreeg hij een werkvergunning en hij meldde zich bij Steelworks.
Hij was niet de enige. "Ik kwam daar 's morgens bij de poort en er stonden
enorme rijen mensen, heel Europa zat er. Toen ik eindelijk bij het loket
kwam, was de enige reactie 'No jobs'." Na een paar dagen had Meulman dat wel
gehad en besloot hij te wachten tot iedereen weg was. "Ik klopte op het
luik. 'No jobs' riep te man. Tot drie keer toe herhaalde dit zich, toen werd
de man boos en riep 'What do you want'? Ik wil helemaal geen job, zei ik, ik
wil alleen dat u mijn naam op schrijft. Hij keek op. U spreekt Engels? Ja,
zei ik. En hij schreef mijn naam op. Twee dagen later werd mijn naam
omgeroepen en had ik een baan." Zijn nette pak kon hij na de eerste dag wel
thuislaten, want het laden van vrachtwagens gebeurde in werkkleding.
Hoewel het vertrek onvoorbereid leek, had de heer Meulman wel beseft dat het
spreken van de taal belangrijk was. Hij had in Nederland een
schriftelijke cursus Engels gevolgd en tijdens de oorlog had hij wat Duits
geleerd. Het kwam hem bij zijn werk goed van pas. "Ik heb veel geluk gehad,
de taal heeft ons gewoon gered."
Ook het doorzettingsvermogen en de drang om zoveel mogelijk geld te
verdienen maakten de emigratie tot een succes. Omdat verven bij Steelworks
veel meer verdiende dan vrachtwagens laden, meldde hij zich na een maand of
drie bij de verfafdeling. "Are you a painter?" vroeg men. "Yes", zei
Meulman. De volgende ochtend kon hij met een blik verf en een kwast de
ladder op. Trillend en bevend ging hij omhoog. "Al snel hadden ze door dat
ik geen schilder was. Maar ze waren behulpzaam en ik sloeg me er door heen."
Na een paar dagen trillend en zwetend te zijn doorgegaan, begon het te
wennen. "Nee, nooit heb ik gedacht, 'waar ben ik aan begonnen'. Ik verdiende
goud!"
En zo ging het door. Toen buren hoorden dat hij gitaar speelde en aan
mevrouw Meulman vroegen of hij les gaf, zei ze 'Jazeker! En zo kwam het dat
hij gitaarles ging geven; ook dat lukte.
Intussen ging de aandacht uit naar de komende gezinsuitbreiding. In het
hokje was eigenlijk geen plaats. Overwogen werd om een wiegje aan een katrol
aan het plafond te hangen. Opnieuw was het geluk aan hun zijde want een
buurvrouw gaf de tip dat een garage bij de bakker verderop vrijkwam. Ze
vroegen en kregen de nieuwe woonruimte.
Dochter Anita kwam. In de telefooncel op de hoek werd via de operator het
ziekenhuis gebeld. Daar bleef mevrouw Meulman, zoals voor elke moeder na een
bevalling, vijf dagen.
Sparen voor de terugkeer
Het echtpaar Meulman bleef twee jaar in Australië. Dat hadden ze op de
heenreis besloten. De regeling was namelijk dat de overheid de reis betaalde
voor wie er tenminste twee jaar bleef. Die twee jaar heeft Meulman hard
gewerkt, regelmatig 16 uur aanéén. Net als huidige migranten keken Meulman
en zijn vrouw vooruit en spaarden ze elke maand. "We wilden geld hebben voor
de terugreis en de eerste periode daarna. Een zwager in Nederland had een
spaarbankrekening voor ons geopend zodat we wat geld hadden als we
terugkwamen." Ook aan de moeder van mijnheer Meulman, die weduwe was, werd
gedacht. Ze kon het kostgeld van haar zoon goed gebruiken en was ook om die
reden niet zo blij met de migratie. "We wisten dat het financieel gezien een
aderlating voor haar was. Daarom hebben we besloten om vanaf het eerste
salaris elke maand vijf pond (veertig gulden) over te maken. Dat hebben we
die twee jaar gedaan."
Exact na twee jaar vertrokken ze weer. Overwogen om te langer blijven
hebben ze niet. Mevrouw Meulman werd wel wat aan het twijfelen gebracht door
de mooie aanbiedingen voor werk. Maar er was toch enige weerzin tegen het
leven dat ze leidden. "Het was een heel simpel leven: werken, eten en
slapen. Verder was er niets te doen."
Het enige moment van spijt in het hele migratieavontuur hadden ze toen ze de
trap opliepen bij de moeder van de heer Meulman. "Toen waren we het liefst
direct weer vertrokken."
De zussen van mevrouw Meulman zijn in Australië gebleven. Het echtpaar
Meulman is er nog twee keer op bezoek gegaan.
Eenmaal terug in Nederland wilde Meulman weer in de bouw aan het werk. Maar
de eerste de beste werkgever zei "De bouw staat u niet, mijnheer. Doe het
niet". Dus is hij verder gegaan in de muziek en werd hij
beroepsmusicus.
Migratie toen en nu
Een vergelijking met huidige migranten of arbeidsmigranten uit Oost-Europa
gaat voor het echtpaar Meulman niet op. "We vertrokken omdat we meer ruimte
wilden en niet langer bij mijn moeder wilden inwonen. We gingen voor het
avontuur, om geld te verdienen en dan weer terug. Kijk, de Polen komen uit
armoede. We herkennen niets van ons zelf in huidige migranten. Wij zijn
exceptionele mensen, misschien hoort dat wel bij een migrant. We hebben
eigenlijk niet naar de toekomst gekeken. Het was de mooiste tijd van ons
leven. Het heeft alles betekend. We hebben er echt uitgehaald wat er uit te
halen viel. Je vrijheid, het onbevangene."
Ze zullen het nooit vergeten, al was het maar door de maandelijkse bijdrage
aan het pensioen van Steelworks.