Direct naarhoofdmenu / zoekveld

Interview: Vrijwillige terugkeer naar herkomstland: De studie bleek te kostbaar

Oleg P. en Olena V. kennen elkaar uit hun studententijd. In de zomer van 2005 vertrok Oleg uit Kirovohrad in de Oekraïne naar Nederland om verder te studeren. Een jaar later kwam Olena met hetzelfde doel. Eind 2007 besloten ze terug te keren. Studeren in Nederland zat er niet in. Met facilitering van IOM keerden ze in februari 2008 terug. In een terugblik blijkt dat meer voorlichting voorafgaand aan vertrek de teleurstelling had kunnen voorkomen.


Aan motivatie ontbrak het niet. De dertigjarige Olev wilde zich na zijn managementstudie verder ontwikkelen, het liefst in een West-Europees land. Op die manier kon hij ook kennismaken met de westerse cultuur. "Ik wilde hier een nieuwe visie ontwikkelen en leren over het management in Europa.
We hadden gehoord dat Nederland de goedkoopste studiemogelijkheden had." Omdat hij ook de taal wilde leren, besloot hij te gaan. Een jaar later kwam zijn medestudent Olena en toen wist Oleg al dat de kansen niet groot waren. Hij had informatie verzameld en was er achter gekomen dat mensen uit de Oekraïne alleen op de Rotterdamse school terechtkunnen. Verder nergens in Nederland. Bovendien zou de procedure een half jaar duren en ingewikkeld zijn.
De verhalen dat de studie goedkoop zou zijn bleken ook onjuist. Er is verschil tussen studenten binnen de EU en erbuiten. "Als je EU-er bent betaal je anderhalf duizend euro en voor ons lag het tussen de drie en vijf duizend euro. Dat had ik niet. Bovendien is het een fulltime studie en dus kun je amper bijverdienen."
Het besef dat het niet zou lukken drong door. Olena: "We hebben het op allerlei manieren geprobeerd en uiteindelijk zelfs een advocaat ingeschakeld. Ook van hem werd duidelijk dat je rijke ouders nodig hebt om hier te kunnen studeren. Of we zouden moeten trouwen, zei hij. Maar we zijn studievrienden en hebben geen relatie." Dus besloten ze in december om naar hun ouders terug te gaan. Een vriend vertelde hen over IOM.  "IOM heeft vervolgens hulp geboden bij het krijgen van de benodigde documenten om terug te keren. Ook heeft IOM de reis geregeld en contacten gehad met de ambassade in Den Haag."

 

Terugkijkend vinden beiden dat ze van tevoren toch onvoldoende op de hoogte waren. Oleg: "Ik hoorde dat de studie niet zo duur zou zijn en had gedacht naast de studie te gaan werken."
Tijdens hun verblijf in Nederland hebben ze contact gehad met de Oekraïnse gemeenschap in Nederland. Het valt hen op dat mensen minder makkelijk werk vinden dan ze hadden gedacht. We zien meer mensen terugkeren. Ze zien niet veel toekomst in Nederland." De meeste mensen waren illegaal naar Nederland gekomen en probeerden, net als Oleg en Olena  met zwart werken wat geld te verdienen. Maar dat is niet wat zij als toekomst zien.

Ze hebben de periode in Nederland toch als positief ervaren. De mensen, de buren, iedereen was vriendelijk en ook het gezin waar Olena  oppaste was aardig. Dat ze misschien minder verdiende dan de gemiddelde oppas lijkt haar niet te storen. "Het was mooi om in Nederland te zijn, jammer dat we er niet kunnen blijven en studeren."
 In februari zijn ze vertrokken. Oleg gaat zijn studie opfrissen en een baan zoeken op het gebied van management. "Ik ben nu 30 en ik moet nu wel naar de toekomst gaan kijken. Je kunt niet blijven wachten tot het misschien een keer lukt."
Maar of er in de toekomst toch nog een relatie met Nederland komt, is niet helemaal uitgesloten. Een IOM-medewerker gaf hen informatie over programma's voor heel getalenteerde studenten in het kader van uitwisselingsprogramma Sorros. Ook kregen ze het adres van het UNHCR-kantoor in de Oekraïne dat regelmatig mensen zoekt die zowel Russisch als Engels spreken. Vooral Oleg maakt goede kans, want hij spreekt het Engels (en Nederlands) verrassend goed.

 

Internationale Organisatie voor Migratie

Migratie Info 2008, nr 1

Thema: IOM

 

Aan de teksten op deze website kunnen geen rechten worden ontleend
Zoeken
Uitgebreid zoeken