Direct naarhoofdmenu / zoekveld

Ervaringen in Colombia, Indonesië, Irak en Sierra Leone

IOM Colombia: Noodhulp voor Colombianen op zoek naar internationale bescherming

De migratie van Colombianen die vanwege de instabiele omstandigheden naar de grenzen van naburige landen migreren, is al geruime tijd een complexe en belangrijke kwestie. De instellingen en organisaties, zowel van overheidswege als afkomstig uit de samenleving, die in de positie zijn om hulp te bieden aan de Colombiaanse grensgebieden met Panama, Venezuela en Ecuador hebben hierbij begeleiding en ondersteuning nodig.

 

In samenwerking met de Pan American Development Foundation zijn nu twee opeenvolgende fases voltooid van het programma 'Emergency Assistance Program for Persons In Search of International Protection Across the Colombian Borders with Ecuador, Panama and Venezuela', een noodhulpprogramma voor personen die gedwongen waren om hun huizen te verlaten en die op zoek zijn naar internationale bescherming door over de grens naar Venezuela, Panama en Ecuador te vluchten. Doel van het programma is het bieden van effectieve korte termijn oplossingen voor deze Colombianen.

De activiteiten van dit IOM-programma bestaan uit drie onderdelen:

  • beoordelen van de behoeften en inventarisatie van de bekwaamheden;
  • versterken van bestaande plaatselijke hulpcapaciteit;
  • directe hulp aan Colombianen op zoek naar internationale bescherming.

Er zijn noodhulpprojecten opgezet, die ook zijn gericht op de gemeenschappen die de Colombianen in de respectieve landen opvangen. Deze projecten zijn onder meer uitgevoerd op de volgende gebieden: toegang tot water, verbetering van de gezondheidszorg, het leveren van noodhulppakketten, het neerzetten van noodonderkomens, verbetering van de leefomstandigheden in noodsituaties en verbetering van de gezondheidsomstandigheden.
De projecten worden uitgevoerd in nauwe samenwerking en in coördinatie met de betrokken lokale, nationale en internationale spelers waaronder UNHCR, nationale Rode Kruis-organisaties, ministeries van Vluchtelingenzaken, overheidsinstanties en burgerlijk-maatschappelijke organisaties.

 

In de eerste fase zijn 27.655 mensen geholpen; in de tweede fase van het noodhulpprogramma hebben 50.000 mensen rechtstreekse hulp gekregen.
Dit programma is mogelijk gemaakt door de bijdrage van het Bureau of the Population, Refugees and Migration van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse zaken.

Meer informatie op www.oim.org.co

Hieronder volgt een tweede activiteit van IOM Colombia.


IOM Colombia: Hulp bij herintegratie oud-strijders in burgermaatschappij

Hoewel het niet ongebruikelijk is dat landen door een gewapend conflict worden getroffen, bestaat er in Colombia een bijzondere situatie. Dit land moet geweld het hoofd bieden dat wordt veroorzaakt door actieve illegale gewapende groepen en tegelijkertijd een oplossing vinden voor de grote groep mensen die uit deze organisaties zijn gedemobiliseerd.

 

Vanaf medio 2006 heeft IOM Colombia de Colombiaanse overheid gesteund bij haar inspanningen om oud-strijders te helpen terug te keren naar het burgerleven en om te voorkomen dat ze hun eerdere acties hervatten. Met het DDR-programma (Disarmament, Demobilization and Reintegration - ontwapening, demobilisatie en herintegratie) heeft IOM een integrale aanpak van het probleem ontwikkeld die uit verschillende onderdelen bestaat. Het programma helpt degenen die naar de burgermaatschappij willen terugkeren via de Hoge Commissie voor Reïntegratie van de overheid. Ook steunt het programma de slachtoffers met behulp van de National Commission for Reparation and Reconciliation (CNRR), de nationale commissie voor herstel en verzoening, die hen begeleidt en helpt op hun zoektocht naar waarheid, gerechtigheid en herstel. Verder ondersteunt het programma Colombiaanse autoriteiten zoals de Inspecteur-Generaal, de minister van Justitie en de ombudsman.
"Het is belangrijk om te weten dat we hebben geholpen bij het ontwikkelen van de structuur van deze CNRR en met de fusie van de kantoren van de Commissie in negen steden in het gehele land waar slachtoffers worden geholpen om toegang te krijgen tot de voordelen van de wet op gerechtigheid en vrede", aldus Camilo Leguízamo, coördinator van het programma, die het belang benadrukt van het werken met zowel slachtoffers als oud-strijders. "Deze initiatieven worden meestal pas na een conflict ontplooid. In Colombia hebben we te maken met een gecompliceerde situatie, namelijk dat we eraan werken terwijl het conflict nog steeds aan de gang is. Terwijl we slachtoffers helpen, wordt tegelijkertijd getracht te voorkomen dat er opnieuw gewelddadige groeperingen ontstaan en dus nieuwe slachtoffers vallen. Ook hebben we het ministerie van Justitie geholpen om de wet op gerechtigheid en vrede te ontwikkelen." Deze wet biedt voordelen aan personen in een herintegratieproces, waarbij ze tegelijkertijd aansprakelijk worden gesteld voor hun daden.

 

Tussen 2003 en 2006 verlieten bijna 32.000 mensen de zelfverdedigingsgroepen; dit heeft een grote interne migratiestroom op gang gebracht die plotseling beschikbaar is gekomen voor de arbeidsmarkt, die al met werkloosheid te kampen heeft. Ook is het noodzakelijk hen te laten integreren in de gewone samenleving waar ze gaan werken en wonen met mensen die nooit deel uitgemaakt hebben van een gewapende organisatie of die hun vroegere slachtoffers zijn.
Dit vrij nieuwe DDR-programma van IOM Colombia heeft al resultaten geboekt. Een daarvan is het Tracking, Monitoring and Evaluation System (een systeem voor opsporing, bewaking en beoordeling), dat op een door de Colombiaanse overheid aangegeven wijze toezicht houdt op de gedemobiliseerde bevolking om te weten waar ze zich bevinden en hoe ze het maken.
"Het is een productief project dat, naar we hopen, financieel en maatschappelijk duurzaam kan worden dankzij samenwerkingsverbanden met de openbare en private sector", aldus Camilo Leguízamo, die ook de financiële steun benadrukt van USAID, Nederland, Canada en Spanje als internationale donoren.

Meer informatie op www.oim.org.co


IOM Indonesië: Snel en duurzaam ingrijpen na natuurrampen

Na de tsunami die Azië in december 2004 trof, startte IOM met een serie ambitieuze wederopbouwinitiatieven in de Indonesische provincie Atjeh. Deze initiatieven resulteerden in de bouw van duizenden huizen, scholen en klinieken in de door de ramp getroffen gebieden.

 

Toen de tsunami in 2004 Atjeh had verwoest, vroeg de Indonesische regering IOM om hulp op het gebied van de bouw van veilige, aardbevingbestendige tijdelijke behuizingen.
IOM koos voor een "Made-in-Indonesia" oplossing - een modulair, van cement vervaardigd huis van 36 vierkante meter dat was ontworpen om enkele jaren te worden bewoond. Tegelijkertijd werden problemen op het gebied van grondbezit opgelost en werd de basis gelegd voor de bouw van permanente woningen.

 

In drie jaar tijd breidden de diensten van IOM in Indonesië zich uit tot andere projecten zoals bruggen en scholen op het eiland Nias, opleidingscentra voor politie, slaapgelegenheden op geheel Atjeh en grote inspanningen op het gebied van noodhulp om duizenden gezinnen te herhuisvesten die dakloos waren geworden door de aardbeving op Midden-Java van mei 2006.

Toen het programma in november 2007 afliep, waren in totaal 4.448 tijdelijke onderkomens en permanente woningen gebouwd, plus 379 openbare gebouwen waaronder scholen, klinieken en buurthuizen in 125 gemeenschappen in de vijftien kustdistricten van Atjeh.
Op het eiland Nias, dat in maart 2005 door een aardbeving werd getroffen, bouwde IOM 75 schoolgebouwen en 103 noodwooneenheden. IOM herstelde ook 34 belangrijke bruggen, plaatste 535 marktstallen, bouwde een overheidskindertehuis en vijf opleidingscentra voor kinderen in een achterstandssituatie en richtte deze in.


Toen in mei 2006 opnieuw een zware aardbeving Yogyakarta en Midden-Java trof, waarbij 6.000 mensen omkwamen en anderhalf miljoen mensen dakloos werden, startte IOM onmiddellijk met de verspreiding van bijna 250.000 noodonderkomens.
Daarna bouwde de organisatie circa 15.000 tijdelijke onderkomens en bleef zij in de getroffen provincies doorgaan met haar werk op het gebied van het herstellen van de middelen van bestaan, de bouw van permanente woningen en het aanleggen van de gemeenschapsinfrastructuur. De door de aardbeving getroffen gemeenschappen in Klaten en Bantul worden ook getraind in een betere voorbereiding op aardbevingen en in het aardbevingbestendig bouwen.

Een ander belangrijk IOM-programma in Yogyakarta en op Midden-Java, dat is gefinancierd door het Nederlandse Rode Kruis, is Adjusted Housing and Water and Sanitation Assistance for Handicapped Earthquake Victims (ADHAW). Circa 16.000 mensen zijn door de aardbeving geheel of gedeeltelijk verlamd geraakt. Velen raakten dakloos of waren gedwongen om langdurig bij familieleden in overvolle huizen te logeren waar de minimumfaciliteiten ontbraken die ze in verband met hun handicap nodig hadden.
Het ADHAW-programma streeft ernaar te voorzien in duurzame stalen behuizingen met water en sanitaire voorzieningen en met nazorg om het lichamelijk herstel van de slachtoffers te ondersteunen en hen te helpen zelfstandig te kunnen leven.
IOM werkt samen met plaatselijke partners - Pusat Rehabilitasi Yakkum en Interaksi - om de begunstigden te identificeren, mensen aan te moedigen aan het programma deel te nemen, bezigheidstherapie, fysiotherapie en psychosociale therapie te bieden en beroepsonderwijs te verzorgen.

Meer informatie op www.iom.or.id


IOM Irak: Hulp aan gestrande migranten en vluchtelingen

IOM heeft in januari 2003 een missie in Irak opgezet als voorbereiding op de enorme humanitaire nood die is ontstaan na de val van het voormalige regime. Vanwege de verslechterende veiligheidssituatie zijn de programma managers van de missie in augustus van datzelfde jaar overgeplaatst naar Jordanië en Koeweit, terwijl de nationale medewerkers en de ngo-partners in Irak zijn gebleven. Ondanks de voortdurende veiligheidsbeperkingen blijft IOM Irak in alle provincies van het land belangrijke steun verlenen bij migratie en op humanitair gebied.

 

De activiteiten van IOM in Irak worden gecoördineerd door de Regional Operations Centre (ROC). Ook ontwikkelt het ROC beleid ten aanzien van de overkomst van Irakese onderdanen in het buitenland via Assisted Voluntary Return (AVR) en van in Irak gestrande onderdanen uit derde landen.
Het ROC werkt samen met de lokale autoriteiten in Irak en met betrokken agentschappen, nationale overheden, niet-gouvernementele partners en IOM-missies van landen die aan deze operaties meedoen. 

 

Tot dusver heeft het ROC/IOM geholpen bij de vrijwillige terugkeer van meer dan 11.800 in het buitenland gestrande Irakezen. Via het herintegratieprogramma van het AVR-project zijn terugkeerders er in geslaagd om meer dan 2.000 kleine bedrijven op te starten. Dit heeft zo'n 5.000 nieuwe banen opgeleverd. Daarnaast heeft ROC/IOM vanaf maart 2003 meer dan 7.000 ingezetenen van derde landen kunnen helpen die uit Irak wilden vertrekken.

 

Het aantal gestrande migranten dat voor hervestiging in een ander land in aanmerking komt, is sterk aan het toenemen. In 2007 heeft ROC/IOM 45 migranten in een ander land kunnen vestigen: 50% in Zweden, 30% in Noorwegen en de andere migranten in Frankrijk, Ierland en Canada. Momenteel begeleidt het ROC/IOM de hervestiging van - tot nog toe - 70 migranten; dit betreft alleen de mensen die sinds januari 2008 bij het ROC/IOM zijn aangemeld. In 2007 ging het in 70% van de gevallen om familiehereniging en in 30% om hervestiging van vluchtelingen. Hiervan was 70% van Irakese afkomst en 30% Iraniër of Palestijn.

 

Migranten die zich opnieuw willen vestigen in een ander land verblijven meestal niet in kampen. In mei 2006 heeft het ROC/IOM echter hulp geboden aan 250 Palestijnse vluchtelingen die uit Irak waren ontsnapt en die terecht waren gekomen in een vluchtelingenkamp in Trebil aan de Irakees/Jordaanse grens. Samen met UNHCR en de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East (UNRWA), die hulpverlening biedt aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten heeft IOM Irak een operatie geleid gericht op de hervestiging van alle 250 betrokken Palestijnen in Al Hol (Syrië). Recentelijk heeft het ROC/IOM een groep van 27 Iraniërs geholpen die in kamp Trebil zaten, aan de Irakees/Jordaanse grens. Van hen konden 19 vluchtelingen worden hervestigd in Noorwegen en 8 in Zweden. Ook biedt het ROC/IOM steun aan een groep van 36 Palestijnen uit het Al Waleed kamp aan de Syrisch/Irakese grens. Hiervan hebben 29 mensen zich inmiddels gevestigd in Nederland. De overige 7 zijn opgenomen door België. Vanwege de ligging van de kampen, vaak op onveilige en moeilijk toegankelijke plaatsen, is het soms moeilijk is om toegang te krijgen tot de vluchtelingen.
Dit ROC/IOM-programma wordt gefinancierd door de regeringen van Australië, Denemarken en de Verenigde Staten van Amerika.

Meer informatie op www.iom-iraq.net


IOM Sierra Leone: Diaspora helpt bij de ontwikkeling van Sierra Leone

Na de Euro-Afrikaanse Ministeriële conferentie over Migratie en Ontwikkeling in 2006 in Rabat, zijn de ECOWAS-lidstaten zich steeds meer gaan richten op het ontwikkelen van  een duurzaam beleid en programma-aanbod op het gebied van migratie. Het is van groot belang dat de migratie van en naar Sierra Leone in goede banen wordt geleid zodat het land de taken kan vervullen die staan geformuleerd in de Poverty Reduction Strategy Papers (PRSP) en in de millenniumdoelstellingen van de Verenigde Naties.

 

Het Sierraleonese Ministerie van Buitenlandse Zaken en Internationale Samenwerking erkent dit en heeft samen met elf andere overheidsorganisaties en IOM een Interministerieel Comité voor Migratie (IMCOM) opgericht. Dit Comité streeft ernaar om samen met alle bij het migratieproces betrokken partijen, de voordelen optimaal te benutten en risico's te beperken zonder de fundamentele mensenrechten van migranten te schenden. IMCOM gaat uitgebreide informatiecampagnes opzetten en een informatiesysteem voor grensbeheer ontwikkelen om illegale migratie en mensenhandel te ontmoedigen. Overheidspersoneel en wetshandhavers worden geschoold op het gebied van grensbeheer en internationaal migratierecht. Bovendien wordt gewerkt aan een verlaging van de overboekingskosten voor geldovermakingen van Sierraleonezen in de diaspora. Op die manier wordt getracht om het effect van de geldovermakingen te vergroten. Wereldwijd wordt samengewerkt met de Sierraleonese burgers die in andere landen om op die manier de investeringen in Sierra Leone te vergroten.

 

Migratie en ontwikkeling
Deze zomer loopt het tweejarige proefproject af dat IOM Sierra Leone heeft opgezet samen met IOM Nederland onder de naam Temporary Return of Qualified Nationals (TRQN). 
Dit project biedt hoger opgeleide leden van de Sierraleonese diaspora in Nederland de mogelijkheid om tijdelijk in hun land van herkomst te werken. Hun inzet is van belang voor de ontwikkeling van Sierra Leone.
IOM helpt deze mensen bij hun reis, huisvesting en plaatsing, volgt hun vorderingen tijdens hun verblijf en zorgt voor begeleiding. TRQN-deelnemers hebben bijvoorbeeld meegeholpen met de capaciteitsopbouw op belangrijke terreinen zoals landbouw, zee¬havenmanagement, onderwijs, gehandicapten en het mondiger maken van de jeugd en de scholing van mensen die uit hun huis verdreven zijn. Het programma is ervaren als een groot succes. IOM Sierra Leone hoopt dat meer landen waar leden van de diaspora wonen en de regering van Sierra Leone hun steun zullen blijven geven, zodat ook na afloop van het project in juli 2008 nieuwe uitzendingen kunnen plaatsvinden.
Het project TRQN is een voorbeeld van het IOM Migration & Development in Africa (MIDA) programma. MIDA heeft tot doel om resources van de diaspora breed in te zetten voor de ontwikkeling van landen van herkomst.

 

IOM, de regering van Sierra Leone en de United Nations Development Programma (UNDP) bespreken momenteel samen met de Europese Unie, de Verenigde Staten en Canada hoe ze een permanent programma Migration for Development in Africa (MIDA) op kunnen zetten voor Sierra Leone en de diaspora in het buitenland. Sierraleonezen over de hele wereld zouden via dit programma mee kunnen helpen aan de ontwikkeling van hun land door middel van het overdragen van kennis en vaardigheden. Dit kan gebeuren in de vorm van permanente plaatsing, opeenvolgende tijdelijke uitzendingen en tele-netwerken vanuit het buitenland (dat wil zeggen colleges in de vorm van videoconferenties). Behalve een grotere inzet van mensen wil het project diaspora-leden er ook toe bewegen om hogere financiële bijdragen te leveren voor de algemene ontwikkeling van het land.

Meer informatie op www.iom.int/jahia/Jahia/pid/401

 

Internationale Organisatie voor Migratie

Migratie Info 2008, nr 1

Thema: IOM

Aan de teksten op deze website kunnen geen rechten worden ontleend
Zoeken
Uitgebreid zoeken